Menselijke krachtenvelden
(Verlichte wezens)
Vooraanstaande wetenschappers in de hele wereld hebben aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een kwantumenergieveld. Dit veld biedt wellicht een verklaring voor homeopathie, maar het zou ook wel eens de voornaamste bron voor heling kunnen zijn.
Frirtz-Albert-Popp dacht dat hij een behandeling tegen kanker
ontdekt had, Dat was in 1970, en Popp, een theoretisch biofysicus
aan de universieteit van Marburg in Duitsland, gaf les in radiologie
de interactie van elektromagnetische (EM) straling met biologische
systemen. Hij had onderzoek gedaan naar benzo[a]pyreen, een polycyclische
koolwaterstofverbinding die bekend staat als een van de meest
dodelijke menselijke carcinogenen (kankerverwekkende stoffen.)
Hij bestraalde die stof met ultraviolet licht (UV). Popp deed
veel met licht. Het effect van EM-straling op levende systemen
fascineerde hem reeds geruime tijd en hij had geprobeerd vast
te stellen wat de effecten zijn van het 'exciteren' (in aangeslagen
toestand brengen) van benzo[a]pyreen met UV-licht.
Hij ontdekte dat benzo[a]pyreen het licht absorbeerde en vervolgens
met een totaal andere frequentie weer terugstraalde, als een CIA
agent die informatie van de vijand opvangt en die vervolgens door
elkaargehaald doorstuurt. Hij had hier een chemische stof gevonden
die als biologische frequentievervormer fungeerde. Vervolgens
deed Popp hetzelfde experiment met benzo[e]pyreen, eveneens een
polycyclische koolwaterstof die op een kleine afwijking in de
molecuulstructuur na identiek is aan benzo[a]pyreen. Dit kleine
verschil in een van de ringen van de verbinding is wel kritiek,
aangezien het benzo[e]pyreen onschadelijk maakt voor mensen en
UV-licht er doorheen kan zonder dat de frequentie verandert.
Dat verschil intrigeerde Popp en hij bleef experimenteren met
UV-licht en andere verbindingen. Hij deed dezelfde experimenten
met 37 verschillende chemicaliën, waarvan een aantal met
kankerverwekkende eigenschappen. Na enige tijd was hij in staat
om te voorspellen welke substanties kanker konden veroorzaken.
Het bleek dat de carcinogene verbindingen altijd het UV-licht
absorbeerden en de freqentie van het licht veranderden.
Deze verbindingen hadden nog een andere opmerkelijke eigenschap:
ze reageerden alleen op licht van 380 nm (nanometer). Popp bleef
zich afvragen waarom de kankerverwekkende stoffen als lichtvervormers
werkten. Hij begon de wetenschappelijke literatuur te lezen, met
name die over biologische reacties in de mens en kwam daar informatie
tegen over een verschijnsel genaamd "fotoreparatie."
Uit biologische experimenten is allang bekend dat, wanneer men
een cel zodanig met UV-licht bestraald dat 99 procent van de cel
wordt vernietigd, inclusief het DNA, de schade binnen een dag
bijna volledig te repareren is door de cel met exact dezelfde
golflengte maar een veel lagere intensiteit te bestralen. Tot
op de dag van vandaag begrijpen wetenschappers niet waarom dat
zo is, maar niemand bestrijdt dat het fenomeen bestaat.
Popp was zich ervan bewust dat mensen met xeroderma pigmentosum
(een zeldzame erfelijke ziekte met onder meer huidtumoren) uiteindelijk
aan huidkanker overlijden omdat hun fotoreparatiesysteem de schade
die het zonlicht op de huid aanricht niet meer kan herstellen.
Popp vond het opmerkelijk dat het fotoreparatiesysteem bij een
frequentie van 380 nm het meest efficiënt werkte, precies
bij dezelfde frequentie dus, waarop kankerverwekkende stoffen
reageren door deze te vervormen.
Volgens Popp kon dit geen toeval zijn. Als de carcinogenen alleen
op deze frequentie reageerden, dan moest dat op een bepaalde manier
gekoppeld zijn aan fotoreparatie. Als dat zo was, dan zou dat
betekenen dat er een licht in het lichaam zou moeten zijn dat
verantwoordelijk is voor fotoreparatie. Een verbinding zou dan
kankerverwekkend zijn omdat deze duit licht permanent blokkeert
en vervormt, met het gevolg dat fotoreparatie niet meer goed kan
werken. Popp was zeer verbaasd over deze geheel nieuwe gedachte.
Hij schreef er een artikel over dat door een prestigieus medisch
blad gepubliceerd werd.
Niet lang daarna werd Popp door de student Bernhard Ruth benaderd,
die hem vroeg zijn promotieonderzoek te begeleiden. Popp zei tegen
de student dat hij daartoe bereid was indien Ruth kon laten zien
dat er licht uit het menselijk lichaam straalde.
Voor Popp was het een vruchtbare ontmoeting, want Ruth ontpopte
zich als een zeer getalenteerde experimentele fysicus. Ruth vond
het idee belachelijk en hij ging meteen aan de slag om instrumenten
te bouwen, waarmee hij Popp's hypothese kon weerleggen.
Binnen twee jaar had Ruth een machine geconstrueerd die op een
grote röntgendetector leek (EMI 9558QA selected typed). De
machine maakte gebruik van een fotovermenigvuldiger om licht per
foton te meten. Het apparaat is zelfs nu nog een ven de beste
machines op dit gebied. De machine moest zeer gevoelig zijn omdat
deze emissies moest meten die volgens Popp zeer zwak waren.
In 1976 waren ze klaar voor de eerste test met komkommerzaden.
De fotovermenigvuldiger liet zien dat de zaden fotonen, of lichtgolven,
van een verassend hoge intensiteit uitstraalden. Om uit te sluiten
dat het licht te maken had met een fotosynthese-effect besloten
ze hun volgende test uit te voeren met het zaad van aardappels,
dat in het donker groeit. Toen deze plantjes vervolgens in de
fotovermenigvuldiger werden geplaatst, registreerden zij een nog
grotere lichtintensiteit. Sterker nog, de fotonen in de levende
systemen die ze onderzocht hadden, bleken duidelijker dan alles
wat ze ooit hadden gezien (Zie kader 2).
Popp begon na te denken over licht in de natuur. Het was aanwezig
in planten, waar het tijdens de fotosynthese gebruikt werd. Hij
concludeerde dat we bij het eten van plantaardige voedingsmiddelen
fotonen opnemen en deze opslaan. Als we bijvoorbeeld broccoli
eten, dan wordt deze tijdens de spijsvertering omgezet in kooldioxide
(CO2) en water, plus het licht dat in de plant was opgeslagen
was van zon en fotosynthese. We extraheren het kooldioxide en
elimineren het water, maar het licht, een EM-golf, wordt blijkbaar
opgeslagen. Als ze door het lichaam opgenomen worden, verspreidt
de energie van de fotonen zich en wordt over het gehele spectrum
van EM-frequenties verdeeld, van de laagste tot de hoogste.
Deze energie is de motor voor alle moleculen in ons lichaam. Fotonen
zetten alle processen in het lichaam aan, net als een dirigent
zorgt dat elk instrument opgaat in het collectieve geluid. Bij
verschillende frequentie voeren zij hun diverse taken uit. Popp
ontdekte dat moleculen in cellen op bepaalde frequenties reageren
en dat een spectrum aan vibraties van de fotonen een heel scala
aan frequenties veroorzaakt in andere moleculen van het lichaam.
Lichtgolven zijn ook een antwoord op de vraag hoe het lichaam
in staat is om ingewikkelde taken met verschillende lichaamsdelen
tegelijk uit te voeren, of überhaupt twee of meer dingen
tegelijk te doen.
Deze 'biofoton emissies', zoals Popp ze noemde, bieden een ideaal
communicatiesysteem voor de uitwisseling van informatie tussen
veel cellen in het hele lichaam. Maar die ene belangrijke vraag
bleef: waar kwam dat licht vandaan?
Een buitengewoon begaafde student haalde hem ertoe over nog een
experiment te doen. We weten dat, toevoegen van ethidiumbromide
aan DNA ertoe leidt dat de stof tussen de basenparen van de dubbele
helix dringt, waardoor het DNA zich ontvouwt. De student stelde
voor om na aanbrengen van ethidiumbromide te meten of er licht
uit het DNA-monster kwam. Popp stelde vast dat, hoe groter de
concentratie ethidiumbromide, hoe meer het DNA zich ontvouwde
en hoe sterker de lichtintensiteit. En omgekeerd, hoe minder van
de stof hij gebruikte, des te minder licht werd er geëmitteerd.
Hij ontdekte ook dat het DNA een breed scala aan frequenties uit
kon zenden, waarvan sommige gekoppeld leken te zijn aan bepaalde
functies. Als het licht inderdaad in het DNA opgeslagen zou zijn,
dan zou het dus ook onder natuurlijke omstandigheden licht uitzenden
als het ontvouwen werd.
Deze en andere expirimenten overtuigden Popp ervan dat DNA een
van de meest essentiële bronnen is van licht en biofotonenemissies.
DNA kon gezien worden als de belangrijkste stemvork van het lichaam.
Als het een bepaald frequentie aansloeg, dan volgende bepaalde
moleculen in het lichaam. Hij realiseerde zich dat het ook mogelijk
was dat hij de ontbrekende schakel in de huidige DNA-theorie gevonden
had, waarmee wellicht het grootste wonder van de menselijke biologie
verklaard kon worden, namelijk hoe zich uit een enkele cel een
volledig gevormd menselijk wezen kan ontwikkelen. (Zie kader 3).
Popp geloofde dat hij met zijn biofotonemissies het antwoord had
op de vraag naar hoe van morfogenese en Gestaltbildung celcoördinatie
en communicatie - , processen die alleen binnen een holistisch
systeem met een centraal orkestrator plaats kunnen vinden. In
zijn experimenten liet Popp zien dat deze zwakke lichtemissies
voldoende waren om het lichaam te organiseren. De emissies moesten
wel van lage intensiteit zijn aangezien de communicaties op kwantumniveau
plaatsvonden, en hogere intensiteiten zouden alleen effect hebben
op de wereld van het 'grote'.
Het aantal geëmitteerde fotonen leek gekoppeld te zijn aan
het niveau van evolutie hoe complexer het organisme, des
te minder fotonen werden er uitgezonden. Eenvoudige dieren en
planten emitteerden doorgaans 100 fotonen/cm2/sec bij een golflengte
van 200-800 nm. Dit komt overeen met een EM-golf van zeer hoge
frequentie binnen het zichtbare gebied. Daarentegen zenden mensen
maar 10 fotonen/cm2/sec uit, bij dezelfde frequentie.
In een van zijn studiereeksen liet Popp een van zijn assistenten
- een 27-jarige gezonde vrouw negen maanden lang elke dag
in de kamer zitten waar hij fotonmetingen aan een klein gebied
van haar hand en voorhoofd verrichte. Toen Popp de data analyseerde,
vond hij tot zijn verbazing dat de emissies een bepaald vast patroon
volgden biologische ritmes van 7, 14, 32, 80 en 270 dagen
waarbij de emissies ook na een jaar nog hetzelfde bleven.
Wanneer de rechterhand een verhoogd aantal fotonen uitzond, was
er een vergelijkbare verhoging in de linkerhand. Uitgedrukt in
termen van licht wist de rechterhand wat de linkerhand aan het
doen was.
Dergelijk overeenkomsten werden ook vastgesteld per dag en nacht,
per week en maand, alsof het lichaam zowel het bioritme van de
wereld, alsook zijn eigen bioritme volgde.
Tot dusverre had Popp alleen gezonde individuen bestudeerd en
een bijzondere coherentie op kwantumniveau gevonden. Maar wat
voor soort licht is er aanwezig in zieke mensen? Hij experimenteerde
met zijn machine bij een aantal kankerpatiënten. Elke keer
bleek dat deze patiënten niet alleen hun natuurlijke periodieke
ritmes kwijt waren, maar ook hun coherentie. De interne communicatielijnen
waren vervormd. Ze waren hun verbinding met de wereld kwijtgeraakt
en hun licht ging als het ware uit.
Bij patiënten met multiple sclerose was precies het omgekeerde
te zien: MS is een toestand die zich kenmerkt door een overmaat
aan orde. MS-patiënten nemen te veel licht op, waardoor het
hun cellen onmogelijk gemaakt wordt hun functie te vervullen.
Te veel coöperatieve harmonie voorkwam in deze gevallen flexibiliteit
en individualiteit net als te veel soldaten die in gelijke
tred marcheren tijden het oversteken van een brug en zo de brug
doen instorten. Perfecte coherentie is een optimale toestand tussen
chaos en orde. Door te veel coöperatie ontstaat een situatie
vergelijkbaar met die van een orkest waarin de individuele leden
niet meer in staat zijn om te improviseren. MS patiënten
verdrinken als het ware in het licht.
Popp onderzocht ook de effecten van stress. In een stresstoestand
neemt de snelheid van de biofotonemmisies toe. Dit is een verdedidingsmechanisme
bedoeld om het evenwicht van de patiënt te herstellen.
Door al deze fenomenen ging Popp biofotonemissies als een soort
correctie door een levend systeem van Zero Point Field fluctuaties
(zie kader 1) beschouwen. Elk systeem is erop gericht een minimum
aan vrije energie te bereiken. In een perfecte wereld zouden alls
golven elkaar door middel van destructieve interferentie neutraliseren.
Maar door het Zero Point Field, waarin deze minuscule fluctuaties
in energie het systeem continu vestoren, is dat onmogelijk. Fotonemissie
is een compenserende gebeurtenis om deze verstoring te beëindigen
en een poging om een soort energie-evenwicht te bereiken. In Popp's
termen dwingt het Zero Point Field de mens een kaars te zijn.
Het meest gezonde lichaam zou het minste licht uizenden en het
dichtst bij een 'nultoestand', de meest wenselijke toestand, zijn.
Dichter kan een mens niet bij leegte komen.
Popp realiseerde zich dat de implicaties van zijn experimenten
verder reikte dan een remedie tegen kanker of Gestaltbildung.
Hij had een model te pakken dat een betere verklaring bood dat
de huidige neo-Darwinistische theorie voor hoe alle levende wezens
op deze planeet evolueren. Als DNA inderdaad dermate gevarieerde
frequenties als informatiemiddel gebruikte, dan ging het nier
niet om een systeem van goed uitpakkende, maar volledig willekeurige
fouten, maar suggereerde het veeleer een feedbacksysteem van perfecte
communicatie door middel van golven die informatie in code omzetten
en verspreiden.
Popp realiseerde zich dat licht in het lichaam wel eens de sleutel
zou kunnen zijn voor gezondheid en ziekte. In een expiriment vergeleek
hij het licht van eieren van scharrelkippen met dat van eieren
van kippen uit legbatterijen. De fotonen van de eerstgenoemde
waren veel coherenter dan die van de eieren uit de legbatterij.
Hij ging nog verder door biofotonemissies als middel te gebruiken
om de kwaliteit van voedsel te bepalen. De gezondste voedingsmiddelen
hadden de laagste en meest coherente lichtintensiteit. Elke verstoring
van het systeem verhoogde de fotonproductie. Gezondheid was een
toestand van perfecte subatomaire communicatie en ziekte was een
toestand van communicatiebreakdown. We zijn ziek als onze golven
niet in fase zijn.
Het duurde zo'n 25 jaar voor Popp wetenschappers met zijn boodschap
wist te bereiken. Langzaamaan begonnen enkele wetenschappers rekening
te houden met de mogelijkheid dat het communicatiesysteem van
het lichaam een complex netwerk van resonantie en frequentie is.
Zij vormen uiteindelijk het International Institue of Biophysics,
dat uit 15 groepen wetenschappers bestaat die afkomstig zijn van
internationale centra over de hele wereld.
Popp en zijn nieuwe collegae zetten het onderzoek naar de lichtemissies
van verschillende organismen va nhetzelfde soort voort, in eerste
instantie in een experiment met een bepaald type watervlo van
het genus Daphnia. Hun resultaten waren buitengewoon verrassend.
Tests met een fotovermenigvuldiger lieten zien dat de watervlooien
het licht dat ze uitzonden van elkaar opzogen. Popp deed hetzelfde
experiment met kleine vissen en vond hetzelfde resultaat. Volgens
de fotovermenigvuldiger waren zonnebloemen te vergelijken met
biologische stofzuigers die in de richting van de meest solaire
fotonen bewogen en deze opzogen. Zelfs bacteriën verslonden
fotonen uit de groeimedia waar ze in gekweekt werden.
Popp werd zich ervan bewust dat deze emissies een diepere betekenis
hadden, ook buiten het lichaam. Golfresonantie werd niet alleen
gebruikt om binnen het lichaam te communiceren, maar ook tussen
levende wezens onderling. Twee gezonde organismen deden aan wat
hij "photon sucking" noemde door fotonen met elkaar
uit te wisselen. Popp realiseerde zich dat deze uitwisseling de
sleutel zou kunnen zijn voor de oplossing van de meest persistente
raadsels uit het dierenrijk: Hoe scholen van vissen of zwermen
van vogels perfecte en onmiddellijke coördinatie bereiken.
Veel onderzoek naar de capaciteit van dieren om terug te keren
naar een bepaald punt laten zien dat het niets te maken heeft
met het volgen van aangeleerde routes, geuren of zelfs de EM-velden
van de aarde. Het gaat eerder om een vorm van stille communicatie
die als een onzichtbare rubberen band werkt, zelfs als de dieren
zich op kilometers afstand van elkaar bevinden.
Voor mensen was er een andere mogelijkheid. Als we de fotonen
van andere levende wezens op konden nemen, dan zouden we misschien
ook in staat zijn om de zo verkregen informatie te gebruiken om
ons eigen licht te corrigeren als dat verstoord zou raken.
Popp begon met een dergelijk idee te experimenteren. Als kankerverwekkende
chemicaliën de biofotonemissie van het lichaam konden beïnvloeden,
dan zou het evengoed kunnen zijn dat ander substanties communicatie
zouden kunnen herstellen. Popp vroeg zich af of bepaalde plantenextracten
het karakter van biofotonemissies van kankercellen zodanig konden
beïnvloeden dat ze weer met de rest van het lichaam gingen
communiceren. Hij begon te experimenteren met een aantal niet-toxische
stoffen die met succes werden toegepast bij de behandeling van
kanker. Behalve in één geval verhoogden deze substanties
echter de fotonenproductie van de kankercellen, waardoor deze
nog meer schade aanrichtten aan het lichaam.
Het enige succes werd behaald met mistletoe. Deze plant hielp
het lichaam kennelijk om de fotonemissies van tumorcellen te 'resocialiseren'
naar een normaal niveau. In één van de vele gevallen
ontmoette Popp een vrouw van in de dertig met borst- en vaginakanker.
Popp vond een mistletoeremedie die coherentie in haar kankerweefsel
creëerde. Met toestemming van haar arts stopte de vrouw met
alle andere behandelingen behalve het mistletoe-extract en na
een jaar waren al haar bloedonderzoeken weer praktisch normaal.
Bij de vrouw, die al opgegeven was als terminale kankerpatiënte,
werd het correcte licht hersteld door niet meer te doen dan een
kruid toe te dienen. Voor Popp was homeopathie niet veel anders
dan een voorbeeld van 'photon sucking'. Hij begon over het fenomeen
te denken in termen van 'resonantieabsorptie'. Homeopathie berust
op de aanname dat kwalen met de oorzaak moeten worden bestreden.
Een plantenextract dat in geconcentreerde vorm galbulten veroorzaakt,
wordt ineen extreem verdunde vorm gebruikt om er juist weer vanaf
te komen. Als een 'ontspoorde' frequentie in het lichaam bepaalde
symptomen kan veroorzaken, dan volgt daar uit dat een sterke verdunning
van een substantie die dezelfde symptomen produceert, dezelfde
frequentie draagt. Net als een resonerende stemvork zou een geschikte
homeopatische oplossing de abnormale oscillaties kunnen aantrekken
en vervolgens absorberen, waardoor het lichaam weer terug kan
keren in de gezonde toestand.
Popp dacht dat EM moleculaire signalering zelfs een verklaring
zou kunnen bieden voor acupunctuur. Volgens de Chinese geneeskunde
beschikt het menselijk lichaam over een systeem van meridianen,
dat diep in de weefsels ingebed is, waardoor een onzichtbare energie
vloeit. Deze energie is wat de Chinezen ch'I of de levenskracht
noemen. Men gaat ervan uit dat de ch'I het lichaam via de acupunctuurpunten
ingaat en naar de dieper gelegen orgaanstructuren vloeit (die
niet corresponderen met de orgaanstructuren in de Westerse biologie),
waarmee het lichaam van energie (of de levenskracht) wordt voorzien.
Ziekte treedt dan op wanneer deze energie op een willekeurig punt
van dit pad geblokkeerd raakt. Volgens Popp dragen het systeem
van meridianen specifieke energiegolven naar specifieke zones
van het lichaam over.
Uit onderzoek blijkt dat veel van de acupunctuurpunten een sterk
verminderde electrische weerstand hebben vergeleken bij de huid
erom heen (respectievelijk 10 kilo-ohm en 3 mega-ohm) De orthopedische
chirurg dr. Robert Becker, die veel onderzoek gedaan heeft naar
EM-velden in het lichaam, heeft een speciale meetelectrode ontwikkeld
die als een pizzamess langs het lichaam rolt. Zijn talrijke studies
hebben elektrische stromen aangeoond bij alle mensen die volgens
de Chinese meridiaanpunten getest zijn.
Kader 1: Oceaan van licht
Kwantumberekeningen laten zien dat wij en ons universum in een
soort bewegende zee leven, een kwantum oceaan van licht. De 'zero'
(nul) van het Zero Point Field, dat door fysici ook wel het vacuüm
genoemd wordt, heeft betrekking op het feit dat fluctuaties in
het veld ook nog bij de absolute nultemperatuur, de laatst mogelijke
energietoestand, gemeten kunnen worden. De basale substructuur
van het universum is een veld van onvoorstelbare hoeveelheden
kwantumenergie in de zogenaamde lege ruimte de energie in
een enkele kubieke meter ruimte is voldoende om alle oceanen van
de wereld aan de kook te brengen.
Vooruitstreven de wetenschappers van instituten als Princeton
en Stanford in de VS en in Europa zijn tot de conclusie gekomen
vda het Zero Point Field dat niet erkend wordt door fysici
die hun vergelijkingen 'herijken' door het ervan af te trekken
wel eens de sleutel zou kunnen zijn tot gebieden die al
sinds eeuwen een mysterie zijn voor de wetenschap.
Volgens deze nieuwe theorieën zijn alle levende wezens uiteindelijk
pakketjes kwantumenergie die informatie met dit pulserende energieveld
uitwisselen. We resoneren als het ware met de wereld om ons heen.
Wetenschappers hebben met wetenschappelijke experimenten aangetoond
dat er zoiets als een levenskracht is die door het universum stroomt,
net als George Lucas het suggereerde in Star Wars. Als we rekening
houden met het Zero Point Field, vinden we hierin wellicht ook
een wetenschappelijke verklaring voor de zogenaamde 'energie'geneeskunde
en veel andere onverklaarbare menselijke mysteries, van ESP tot
leven na de dood.
Kader 2: Wat is kwantumcoherentie?
In de kwantumfysica betekent kwantumcoherentie dat subatomaire
deeltjes in staat zijn om met elkaar te coöpereren. Deze
subatomaire golven of deeltjes kennen elkaar niet alleen, ze zijn
ook aan elkaar gebonden via een netwerk van banden van gedeelde
elektromagnetische velden, waardoor ze met elkaar kunnen communiceren.
Ze zijn te vergelijken met een grote hoeveelheid stemvorken die
allemaal met elkaar resoneren. Wanneer de golven in fase geraken
beginnen ze zich als één enorm grote golf en één
enorm groot subatomair deeltje te gedragen. Het wordt dan lastig
om ze uit elkaar te houden. Corherentie zorgt voor communicatie
als een soort subatomair telefoonnetwerk. Hoe beter de coherentie
des te harmonischer het netwerk en de meest verfijnde golfpatronen
hebben een telefoon. Het eindresultaat is te vergelijken met een
orkest. Alle fotonen spelen samen, maar als individuele instrumenten
kunnen ze elk ook hun eigen partij blijven spelen. Desondanks
is het bij beluistering moeilijk om een instrument eruit te halen.
Nog verbazingwekkender is dat Popp getuige was van het hoogste
niveau van kwantumorde, of coherentie, dat in de natuur mogelijk
is. Meestal wordt deze coherentie ook wel het Bose-Einstein
condensaat genaamd alleen in materiele substanties als supervloeistoffen
of superconductoren waargenomen. Het fenomeen wordt over het algemeen
in het laboratorium bestudeerd of op een een extreem koude plek,
waar het maar een paar graden boven het absolute nulpunt is, en
niet in de warme ongeordende omgeving van een levend wezen.
Kader 3: Celcommunicatie: de spelers
Een van de grootste mysteries van de biologie is de vraag hoe
wij en elk ander levend wezen een geometrische vorm aannemen.
Moderne wetenschappers begrijpen nu wel waarom we blauwe ogen
hebben of 1,80 m lang worden en zelfs hoe cellen zich delen. Maar
het is nog steeds onbegrijpelijk hoe deze cellen precies weten
waar ze tijdens elke fase van het groeiproces moeten zijn, zodat
een arm een arm wordt in plaats van een been. Ook is het niet
duidelijk volgens welk mechanisme deze cellen zich organiseren
en assembleren tot wat uiteindelijke een menselijke vorm wordt.
De gebruikelijke wetenschappelijke verklaring heeft te maken met
de chemische interacties tussen de moleculen en het DNA, de spiraalvormige
dubbele helix van het genetisch codemateriaal dat de blauwdruk
van de eiwitten en aminozuren van het lichaam bevat. Elke DNA-helix,
of chromosoom en 26 identieke paren ervan zijn in elke van
de duizend miljoen cellen in uw lichaam terug te vinden
bevat een keten van nucleotiden, of basen, van vier verschillende
componenten (afgekort tot A, T, C en G), die in elke levend wezen
in een unieke volgorde gerangschikt zijn.
De theorie met de meeste aanhangers zegt dat er een genetisch
programma van collectief werkende genen bestaat, die de vorm bepalen,
of volgens de neo-Darwinisten zoals Richard Dawkins, dat roekloze
genen het vermogen bezitten om de vorm te creeëren en dat
wij als het ware 'overlevingsmachines' zijn, een soort robotvoertuigen
die blind geprogrammeerd zijn om de zelfzuchtige moleculen die
bekend staan als genen in stand te houden.
Deze theorie geeft het DNA de rol van Renaissance-man van het
menselijk lichaam architect, aannemer en centraal motorhuis
wiens gereedschap voor al deze verbazingwekkende activiteiten
bestaat uit een aantal chemicaliën die eiwitten maken.
Eiwitten spelen ongetwijfeld een belangrijke rol in het lichaam.
Wat de Darwinisten niet kunnen verklaren, is hoe het DNA zo precies
weet wanneer dit te orkestreren, evenmin weten zij te vertellen
hoe al deze chemicaliën, die allemaal blind tegen elkaar
opbotsen, min of meer simultaan kunnen opereren. Elke cel ondergaat
gemiddeld zo'n 100.000 chemische reacties per seconde een
proces dat zichzelf simultaat over elke cel in het lichaam herhaalt.
En als al deze processen gewoon toe te schrijven zijn aan eenvoudige
chemische botsingen tussen moleculen, hoe kan dan het systeem
dan ook maar bij benadering snel genoeg zijn om het coherente
gedrag te verklaren dat een levend wezen elke minuut van zijn
leven vertoont?
Als een bevrucht eitje zich begint te vermenigvuldigen en dochtercellen
gaat produceren, begint elke dochtercel door een structuur een
functie aan te nemen, afhankelijk van zijn uiteindelijke functie
in het lichaam. Ook al bevat elke dochtercel dezelfde chromosoomen
met dezelfde genetische informatie, toch 'weten' bepaalde typen
cellen meteen verschillende delen van die genetische informatie
te gebruiken teneinde zich anders te gedragen dan de andere cellen.
Dat betekent dat bepaalde genen ook moeten 'weten' dat het hun
beurt is om gebruikt te worden, in plaats van andere genen. Dit
vereist een ingenieus communicatiesysteem tussen cellen aan het
alleerste begin van de embryonale ontwikkeling en dezelfde verfijning
is elke moment van ons leven noodzakelijk.
Genetici weten inmiddels dat celdifferentiatie ervan afhankelijk
is dat cellen al in een heel vroeg stadium in staat zijn om te
differentiëren, vervolgens ook kunnen blijven onthouden dat
ze zich van andere cellen onderscheiden en die essentiële
informatie aan volgende generaties cellen doorgeven. Op het moment
hebben de wetenschappers geen idee hoe dat allemaal in zijn werk
gaat, vooral gezien het hoge tempo.
Met andere woorden, wetenschappers hebben, net als politiemannen
die graag een zaak willen afsluiten, de meest waarschijnlijke
verdachte gearresteerd zonder zich te bekommeren om het verkrijgen
van bewijzen. De details achter deze absolute zekerheid ten aanzien
van hoe eiwitten deze taak zonder verdere hulp volbrengen, zijn
vooralsnog zeer beperkt.
Lynne McTaggart Uit: The Field; The quest for the secret force of the universe / Lynne McTaggart, Harper Colins.