Handgrepen bij acupressur

 

Drukken

 

Drukken

 

puncteren

 

schuiven

 

delen

 

verenigen

  1. Drukken is de meest voorkomende manier om een punt op de energiebanen te beïnvloeden. Het gebeurt met de top van de duim, wijsvinger of middelvinger. De vingertop wordt in het centrum van het punt geplaatst, dan wordt met de klok mee cirkelend gemasseerd. De vinger maakt twee tot drie cirkelbewegingen per seconde, verplaatst zichechter niet ten opzichte van het punt, maar verschuift alleen de huid. De punten op de nagels van voeten en handen zijn zeer goed te behandelen met een acupressuurstaafje van acacia-hout of koper. Bij acute pijn en bij een eerste behandeling worden de punten geacupresseerd door een lichte, cirkelende massage. Bij chronische klachten, maar een goede conditie, wordt met matige druk geacupresseerd. Slechts in uitzonderlijke gevallen is krachtige acupressuur met de duimen nodig (dat wordt steeds aangegeven bij het klachtenbeeld.)
  2. Puncteren - op het behandelpunt worden met de wijs- of middelvinger klop- of stootbewegingen uitgevoerd.
  3. Schuiven -de wijs- of middelvinger schuift langs een lijn of een zone. De masserende vinger moet daarbij zoveel mogelijk gestrekt zijn. Schuiven in de richting van de romp (in proximale richting) werkt versterkend en opbouwend, terwijl schuiven van de romp af in de richting van de tenen of de vingers (in distrale richting) afzwakt en de energie afleidt.
  4. Delen en verenigen - bij het delen maken beide duimen, uitgaande van het behandelpunt, een schuivende beweging uit elkaar. Bij het verenigen schuiven ze van weerskanten naar het punt toe.