Handgrepen bij acupressur
Drukken
|
Drukken
|
puncteren
|
schuiven
|
delen
|
verenigen
|
- Drukken is de meest voorkomende
manier om een punt op de energiebanen te beïnvloeden. Het
gebeurt met de top van de duim, wijsvinger of middelvinger. De
vingertop wordt in het centrum van het punt geplaatst, dan wordt
met de klok mee cirkelend gemasseerd. De vinger maakt twee tot
drie cirkelbewegingen per seconde, verplaatst zichechter niet
ten opzichte van het punt, maar verschuift alleen de huid. De
punten op de nagels van voeten en handen zijn zeer goed te behandelen
met een acupressuurstaafje van acacia-hout of koper. Bij acute
pijn en bij een eerste behandeling worden de punten geacupresseerd
door een lichte, cirkelende massage. Bij chronische klachten,
maar een goede conditie, wordt met matige druk geacupresseerd.
Slechts in uitzonderlijke gevallen is krachtige acupressuur met
de duimen nodig (dat wordt steeds aangegeven bij het klachtenbeeld.)
- Puncteren - op het behandelpunt
worden met de wijs- of middelvinger klop- of stootbewegingen
uitgevoerd.
- Schuiven -de wijs- of middelvinger
schuift langs een lijn of een zone. De masserende vinger moet
daarbij zoveel mogelijk gestrekt zijn. Schuiven in de richting
van de romp (in proximale richting) werkt versterkend en opbouwend,
terwijl schuiven van de romp af in de richting van de tenen of
de vingers (in distrale richting) afzwakt en de energie afleidt.
- Delen en verenigen - bij het
delen maken beide duimen, uitgaande van het behandelpunt, een
schuivende beweging uit elkaar. Bij het verenigen schuiven ze
van weerskanten naar het punt toe.